Reactie op ‘Plan van aanpak voor het Vlaamse museale landschap en de beeldende kunsten’
2 February 2026 - 17:03 – MissieMinister Gennez deelde het ‘Plan van aanpak voor het Vlaamse museale landschap en de beeldende kunsten’ afgelopen vrijdag mee aan de Vlaamse regering. In de afgelopen maanden werden, onder bedenkingen van het kunstenveld en verschillende betrokken organisaties (maar niet in gesprek met hen), enkele positieve bewegingen gemaakt. Er wordt een opening gemaakt voor het behoud van de museale status van M HKA en het nieuwe ‘Plan van aanpak’ spreekt over een Staten-Generaal voor de Beeldende Kunsten en het Museaal Landschap’. Terwijl we deze positieve stappen erkennen, blijven we met enkele kritische bedenkingen achter bij dit nieuwe ‘Plan van aanpak’, dat grossiert in vaagheid.
- Een van de grootste gemiste kansen is het ontbreken van structurele participatie van het brede kunstenveld; een veld dat niet alleen bereid is om mee te denken, maar ook de expertise en ervaring in huis heeft om deze hervormingen draagvlak te geven.
- Waarom wordt M HKA als enige museum in een apart traject geïsoleerd, waarbij het de verantwoordelijkheid krijgt zich te bewijzen?
- Waar moet dat M HKA-traject toe leiden? Welke garanties zijn er dat de museale functie behouden blijft, ook na de beloofde tijdelijke samenwerkingsovereenkomst 2026-2027?
- Indien de museale functie behouden blijft, welke formele afspraak is er rond de middelen, de infrastructuur en het decreet waarbinnen dit het geval zal zijn?
- Waarom kiest het beleid ervoor om niet op voorhand met betrokken steunpunten en stakeholders af te stemmen?
- Waarom reageert het nieuwe plan van aanpak niet op de verschillende ingebrekestellingen van 14 januari en op de rapporten van de Inspectie Financiën van 9 oktober en 12 december?
Nadat drie stakeholders (Museum at Risk & NICC, en Team Zuid) een ingebrekestelling richtten aan de Vlaamse regering, werd het gecontesteerde museumplan van minister Gennez ‘on hold’ gezet. Volgens de pers ging de minister terug aan de tekentafel.
Tweemaal (op 22 en op 29 januari) vergaderde het kabinet met de directeurs van de acht betrokken musea in haar ‘Conceptnota hertekening landschap eigen museale instellingen en van de beeldende kunsten’. Het voortbestaan van een aantal van deze musea hangt nauw samen met de uitvoering van de hervormingen. Afgelopen vrijdag 30 januari werd al een nieuw ‘Plan van aanpak voor het Vlaamse museale landschap en de beeldende kunsten’ meegedeeld aan de Vlaamse regering. Net als in alle vorige communicatie, grossiert dit plan in vaagheid.
Het plan maakt abstractie van de ‘Conceptnota’ van 3 oktober 2025 en het ‘Projectplan’ van 16 januari 2026 in vier ‘trajecten’: in Traject 1 werken de betrokken instellingen samen aan een visienota, die debasis zal vormen voor Traject 2, een ‘Staten-Generaal Beeldende kunsten en Museaal Landschap’ en Traject 3, waarin de samenwerkingen tussen de musea en het beleid vorm krijgen in samenwerkingsovereenkomsten. In dit traject wordt het M HKA eigenaardig genoeg niet opgenomen.
Opvallend is ook dat M HKA wordt geïsoleerd in een ‘Traject 4’. M HKA wordt gevraagd een eigen traject te lopen; “een denkoefening die vertrekt vanuit de museumstatus”, maar het behoud daarvan geenszins garandeert, en “zich zo (te) profileren als een organisatie die maximaal inzet op participatie van stakeholders en samenwerking met het erfgoed- en kunstenveld.” M HKA krijgt met andere woorden als enige museum de verantwoordelijkheid om zich te bewijzen. Hierbij ontbreekt een duidelijk kader, een heldere vraagstelling, heldere criteria en een inzicht op hoe dit traject geëvalueerd zal worden en door wie.
In de ingebrekestellingen van 14 januari 2026 worden juridische bezwaren aangetoond tegen het gebrek aan participatie en de schendingen van goed bestuur in de manier waarop de minister haar plannen vormgeeft en communiceert. Deze gelden nog steeds.
Het is frappant dat bezorgde stakeholders, die maandenlang vragen om een gesprek en zich gedwongen zien tot ingebrekstellingen over te gaan, nog steeds niet aangesproken worden in aanloop naar nieuwe versies van de gecontesteerde hervormingen. Zelfs erkende steunpunten die in het plan genoemd worden als cruciale spelers voor de toekomstige trajecten, werden niet op voorhand ingelicht en vernemen de rol die het kabinet hen toewijst via de pers.
Noch het bestuur van het M HKA, noch het kunstenveld, kreeg inkijk in het ‘Plan van aanpak’ voor het aan de regering werd voorgelegd. Er is geen enkele schriftelijke afspraak gemaakt voorafgaand aan het traject dat M HKA moet aangaan. Er is geen enkele formele garantie op het duurzame behoud van de status van Vlaamse instelling onder het cultureel-erfgoeddecreet voorbij de beloofde tijdelijke samenwerkingsovereenkomst 2026-2027.
In de pers spreekt Minister Gennez van grote internationale ambitie en het tonen van meer beeldende kunst voor meer mensen. Een van de absolute basisvoorwaarden om deze ambitie te kunnen realiseren voor de hedendaagse kunsten, is een gedegen infrastructuur. Het dossier voor de nieuwbouw van M HKA, waar tien jaar aan gewerkt is, was beslist beleid en klaar voor uitvoering. Toch is hier geen enkele sprake meer van. Noch het S.M.A.K., noch het M HKA, noch een van de andere musea kan vandaag de broodnodige infrastructuur voor een museum van hedendaagse kunst met internationale allure inzetten.
In het summiere ‘Plan van aanpak’ ontbreekt vandaag ook een helder financieel kader. In slechts één zin wordt de mogelijkheid opengelaten om kredieten “te herverdelen tussen de verschillende geïmpacteerde begrotingsartikels.” Er wordt geen enkele melding gemaakt van de twee negatieve rapporten van het Interfederaal Korps van de Inspectie van Financiën (dd. 9 oktober en 12 december 2025), die duiden op de illegaliteit van de ‘Conceptnota’ en het ‘Projectplan’ op financieel vlak.
Om op een ernstige en gedragen manier te werken aan een ‘M HKA+’ of een nieuw, ander en beter M HKA, zijn naast een scherpe visie, gedegen middelen, adequate infrastructuur en de garantie op een duurzaam voortbestaan noodzakelijk. Het nieuwe ‘Plan van aanpak’ gaat hierover geen enkel engagement aan. Er is gegronde vrees dat goed gekozen oneliners en euforische krantenkoppen vandaag opnieuw lege beloftes camoufleren.
32